Grammatica · Niveau A0 – B2

Overzicht grammatica A0 – B2

Alle grammatica per niveau op één rij: werkwoordstijden, lidwoorden, voornaamwoorden en zinsbouw. Gratis voor iedereen.

A0 – A1 · Basis

  • Lidwoorden: le, la, les, un, une, des
  • Présent van -er, -ir en -re werkwoorden
  • être, avoir, aller, faire
  • Ontkenning met ne … pas
  • Vragen stellen: est-ce que, intonatie, inversie
  • Bezittelijke voornaamwoorden: mon, ma, mes …

A2 · Verleden en toekomst

  • Passé composé met avoir en être
  • Imparfait en het verschil met passé composé
  • Futur proche en futur simple
  • Lijdend en meewerkend voorwerp: le/la/les, lui/leur
  • Trappen van vergelijking: plus, moins, aussi … que
  • Voorzetsels van plaats en tijd

B1 · Verfijning

  • Subjonctif présent na il faut que, bien que, pour que
  • Conditionnel présent: hoffelijkheid en hypotheses
  • Betrekkelijke voornaamwoorden: qui, que, dont, où
  • Plus-que-parfait
  • Pronomen y en en
  • Indirecte rede

B2 · Gevorderd

  • Passief en manieren om het te vermijden
  • Participe présent en gérondif
  • Concessie en oorzaak: bien que, malgré, étant donné que
  • Overeenstemming van het participe passé
  • Registers: formeel, informeel, schriftelijk