Jouw studieplan
Kies niveau, doel en uren per week. Je krijgt een plan met links naar de juiste lessen en een voortgangsbalk.
Maak mijn planKies zelf je niveau, je vaardigheid en je oefeningen, van A0 tot B2. Frans dat blijft hangen. Kies een onderwerp en begin.
Maak een weekplan op maat van jouw niveau, doel en tijd.
Kies niveau, doel en uren per week. Je krijgt een plan met links naar de juiste lessen en een voortgangsbalk.
Maak mijn planVier vaardigheden, elk met lessenseries van A0 tot B2.
Uitspraak, dialogen en opnemen. Met luisteren, herhalen en een opnamefunctie. Alfabet en klanken, kennismaken, dokter, vergaderen, debat.
Bekijk de niveausFragmenten met verborgen tekst, vragen en dictee. Letters en getallen, de weg, nieuws, interview, spreektaal.
Bekijk de niveausBordjes, berichten, artikelen en lange teksten (vanaf A2). Menu, uitnodiging, vacature, lezersbrief, wetenschap.
Bekijk de niveausEen schrijfveld met checklist, voorbeeldantwoord en feedback. Formulier, e-mail, klacht, motivatiebrief, betoog.
Bekijk de niveausVergroot je woordenschat met de lexique.
Lees en ontdek de Franse literatuur.
Geschiedenis van de Franse literatuur in lessen.
Bekijk overzichtVan de middeleeuwen tot nu, met de grote namen.
Open lesTest wat je weet over auteurs en stromingen.
Start quizBoeken om te lezen op dit niveau.
Open leeslijstBoeken om te lezen op dit niveau.
Open leeslijstBoeken om te lezen op dit niveau.
Open leeslijstBoeken om te lezen op dit niveau.
Open leeslijstDe bouwstenen van de Franse zin.
le, la, les, un, une, des en de gedeelde lidwoorden (du, de la, des).
Open lesmon, ma, mes, ton, ta, notre, leur en hun gebruik.
Open lesplus, moins, aussi … que, en de superlatief.
Open lesà, dans, sur, sous, depuis, pendant en meer.
Open lesOntkennen, vragen stellen en voornaamwoorden.
De plaats van ne … pas en andere ontkenningen.
Open lesEst-ce que, intonatie en inversie.
Open lesle, la, les en lui, leur: waar staan ze in de zin?
Open lesVervoegingen en tijden uitgelegd.
De groepen op -er, -ir en -re in de présent.
Open lesDe vier belangrijkste onregelmatige werkwoorden.
Open lesDe nabije toekomst met aller + infinitief.
Open lesVoltooid verleden tijd met avoir en être.
Open lesOnvoltooid verleden tijd en het verschil met het passé composé.
Open lesElke set oefent vijf tijden: présent, passé composé, imparfait, futur en conditionnel. Met negen soorten oefeningen en directe controle.
Regelmatige werkwoorden en spellingswijzigingen (manger, commencer, acheter).
Start oefenenHet type finir (met -iss-) en het type partir.
Start oefenenVendre, prendre- en mettre-families, descendre met être.
Start oefenenVendre, prendre en de werkwoorden op -indre (craindre, peindre, rejoindre).
Start oefenenVoir, pouvoir, vouloir, savoir, devoir, recevoir, falloir.
Start oefenenÊtre, avoir, aller, faire, venir, dire, lire, écrire, boire en meer.
Start oefenenAlle groepen en alle tijden gemengd.
Start oefenen